GerritenGeertje.reismee.nl

Bezoek aan wijnboerderijen bij Stellenbosch

Op wijnboerderij de La Meye vieren we Frans zijn verjaardag met een heerlijke brunch met een zitje onder de bomen.

“Het De Meye Estate is een boetiekwijnmakerij in familiebezit, gelegen in het weelderige Mulservlei-gebied aan de Stellenbosch-wijnroute, de meest prestigieuze wijnregio van Zuid-Afrika. Dit speciale kleine plekje op aarde is al vijf generaties de thuis- en landbouwgrond van de familie Myburgh, met het landgoed vernoemd naar de De Meye rivier in Nederland, de geboorteplaats van de eerste Myburgh, die in 1665 in Zuid-Afrika kwam boeren We zijn er trots op dat we ondanks de huidige trends in de industrie een particulier landgoed zijn gebleven, de oorspronkelijke geest hebben behouden en trouw blijven aan authentieke en duurzame wijnbereiding en zakelijke praktijken”.


Dinsdag gaan we naar de Glenelly wine estate, ook iets heel speciaals:

“In 2003, op 78-jarige leeftijd, kocht May de Lencqesaing, toen eigenaar van het beroemde Chateau de Pichon Longueville Comtessa de Lalande, een Grand Cru Classé uit Pauillac, Bordeaux, het landgoed, onderdeel van de oorspronkelijke Ida's Valley boerderij, verleend in 1682 door Simon van der Stel. Met een knipoog naar de Franse hugenoten-kolonisten 300 jaar eerder, begon ze met het planten van wijnstokken om de bestaande fruitbomen te vervangen, en realiseerde zij haar visiep het opzetten van een bloeiend wijnhuis dat het beste gebruik maakt van de bodems en het microklimaat van de vallei en de lokale economische ontwikkeling en de gemeenschap ondersteunt.En zo werd Glenelly Estate herboren.

De stempel van 1783 op de Glenelly-wijnetiketten betekent bijna 250 jaar betrokkenheid van de familie in de wijnindustrie, die tot in de 21ste eeuw in Glenelly voortduurt. Hun voorvader, Elie Miailhe kreeg de titel “koninklijke wijnmakelaar” in 1783. May de Lencquesaing (geboren Mihailhe) zet de traditie voort samen met haar kleinkinderen, Nicolas Bureau en Maxime Bureau.

Bovendien is er een prachtige glasverzameling in een museum ondergebracht.”


'S Nachts stappen we op het vliegtuig naar huis. Het was weer een prachtige vakantie.

Norvall museum in Kaapstad

Kaapstad heeft een nieuw museum, het Norwall museum. Het is een privaat museum van moderne kunst met een mooie beeldentuin erbij. Ankia, de dochter van Marie heeft ons gereden en op de terugweg door een oude wijk Wijnberg, met allemaal huisjes onder cultureel erfgoed geplaatst. We hebben geluncht in een restaurant in een stoffenwinkel. Heel speciaal.

Verder zijn we Kaapstad niet in geweest, aangezien er rugbywedstrijden waren in het stadion bij Seapoint, waar in 2010 ook voetbalwedstrijden werden gespeeld voorhet WK. Het verkeer zit daardoor helemaal vast. 

Bokken in de baan op Langebaan

We ontdekken weer een nieuwe pas: de Middelbergpas, 1000m hoog en een bochtige grindweg. We komen uit in een vruchtbaar dal en rijden verder naar Porterville en steken over ook op een ons onbekende weg naar Velddrif, aan de Atlantische kust. Hier wordt veel graan verbouwd dat al is geoogst. Op de brug hebben we een mooi uitzicht over de rivier en de oceaan. We gaan verder richting Saldanha, dat een grote ijzerertsindustrie heeft en een militaire haven. Ook komen hier veel toeristen. De huidige ertshaven is door de bouwcombinatie Salcon aangelegd waarin onder meer Ballast Nedam heeft deelgenomen. Deze haven is in de periode 1975-1980 aangelegd. De spoorlijn vanuit het binnenland naar de haven, is aangelegd door een Frans bedrijf. Deze spoorlijn was noodzakelijk voor het vervoer van ijzererts vanuit het binnenland naar de haven.

We vervolgen onze weg naar Langebaan, en zoeken B&B Seagulls weer op. Gelukkig is er een mooie kamer met uitzicht op het zwembad en de oceaan.

De volgende dag zijn we al vroeg op de mooie golfbaan en lopen 18 holes. We zijn hier in 2011 ook geweest maar er zijn zoveel grote huizen bijgebouwd dat we het ons niet goed meer herinneren. De baan is vlak en wij lopen met een trolly door de baan. De meeste Zuid Afrikanen hebben toch een buggy, maar wij vinden het juist prettig om naast het zitten in de auto ons weer even in te spannen op de golfbaan. Hebben wij soms reeën op de baan, hier zijn het springbokken, en gemsbokken en rode hartebeesten. Ze lopen niet weg voor je maar je moet ze ook niet raken. In de vijvers met grote rotsblokken zitten allerlei vogels: grote meeuwen, Egyptische ganzen enz.

's Middags zijn we nationale Park in geweest om de lagune heen naar de Atlantische rotskust.Van Langebaan gaan we weer richting Durbanville. In Malmesbury hebben we met Tiemen Groen in de supermarkt koffie gedronken. Toen Gerrit nog op de bank in Lemmer werkte, heeft hij met Tiemen veel zaken gedaan. Wij weten dat hij daar vaak 's morgens de krant leest met een kop koffie. Hij volgt het wielrennen nog volop en aangezien de elektriciteit hier steeds uitvalt en dat ook op de laatste 20 km van Parijs-Roubaix het geval was, had hij maar een generator aangeschaft. Enthousiast was hij over het optreden van Mathieu van der Poel, vooral diens optreden in de Amstel Goldrace van dit jaar. Leuk weer even met hem gepraat te hebben. Hij was in onze tijd een fenomeen. Daarna doorgereden naar Durbanville.

Van de Indische oceaan op weg naar de Atlantische.

's Morgens in Stilbaai eerst nog 9 holes lopen. Het uitzicht was groots. De baan liep naar beneden af en dus had je van bovenaf een prachtig uitzicht op het dorp en de oceaan.  Stilbaai wordt opgedeeld in Oost en West door de rivier die in de oceaan uitkomt. Het dorp wordt in Zuid Afrika genoemd: “die baai van die slapende skoonheid.” Er worden wel heel veel dure villa's ook gebouwd. Wij gaan weer terug naar de N2 en rijden naar Heidelberg. Gelukkig nemen we daarna een rustiger weg, die gaat over de prachtige Tradouwpas. We gaan deze dag naar Montagu, gelegen in een  kom. Hier worden weer veel druiven verbouwd.  We vinden daar een leuke BenB met een prachtig terras. Lekker ontbijt de volgende morgen met vers fruit en natuurlijk scrambled eggs. We verlaten Montagu en gaan noordwaarts. Het glooit hier en er wordt veel landbouw gepleegd.: vooral graan. We komen op de N2 uit, die van Kaapstad naar Johannesburg gaat, dus veel vrachtvervoer, en verlaten die weer gauw om naar Ceres te gaan. Ceres is het belangrijkste fruitcentrum van Zuid Afrika , met appels, peren, pruimen, abrikozen, en perziken. Er worden vooral vruchtensappen gemaakt in een grote fabriek ter plaatse. Ceres ligt in het Warme Bokkeveld, ingeklemd tussen 4 bergketens, waardoor het klimaat er zodanig is dat het fruit daar goed kan groeien. We rijden na de koffie door naar Citrusdal, het dorp van de citrusvruchten. Het ligt aan de Olifantsrivier die in de nabijgelegen Cederbergen zijn oorsprong heeft. Ook hier veel bedrijvigheid. De Country Inn waar we verblijven is helemaal opgeknapt. Na 9 holes gegolfd te hebben, duiken we het zwembad in. Heerlijk!

Oudtshoorn, Mosselbaai en Stilbaai

Van Graaff Reinet zijn we over de grote vlakte naar Willowmore gereden. Over 150 km zijn er maar een paar flauwe bochten en de rest is kaarsrecht. Het landschap is eentonig; droog, droge struikjes en groene boompjes waar een riviertje hoorde te stromen. Na Willowmore doorgereden naar Die Rust en Oudtshoorn: het dorp van de struisvogels. Wij komen hier altijd graag omdat er genoeg mogelijkheden zijn om wat te bekijken of te doen. Commerciële struisvogel farms zoeken we niet op. Maar de Swartberg heeft voor ons altijd aantrekkingskracht. Volgens de krant was hij afgesloten, maar dat moeten we eerst zien. Vanaf  ons huisje op camping Kleinplaas en een ontbijt in het restaurant trokken we via de Schoemanspoort naar Kobus-se-Gat en naar het grindpad van de Swartberg. Adembenemende uitzichten op de bergen en het dal. En we kwamen boven. Aan de andere kant werd er aan de weg gewerkt. Wel hadden we in de krant gelezen dat even verder dan de pas, naar de Gamkaskloof, waar we de vorige keer zijn geweest, nu een hevige brand had gewoed en de weg zeker een paar maanden afgesloten was. Terug bij Kobus-se-Gat nog heerlijke koffie gedronken. Het was die dag snikheet: 41 graden. Gelukkig is er op de camping een zwembad en daar hebben we gebruik van gemaakt. We zouden nog naar een museum, maar het was te heet. Van Oudtshoorn zijn we de volgende dag zuidwaarts gereden over de Robertsonpas en kwamen we uit bij Mosselbaai. Daar bij de vuurtoren, die heel belangrijk was in vroegere tijden, van het uitzicht genoten. De branding slaat tegen de rotsen aan. Verder het museum van Bartolomeus Diaz, die in 1588 tot Mosselbaai was gekomen na als eerste de Kaap te hebben gerond. Vlakbij herinnert een oude boom eraan dat hier zeelui hun brieven achterlieten. Interessant museum. We rijden door naar Stilbaai aan de oceaan en vinden een leuk B&B Myrltles Retreat.

De Vallei der Verlatenheid bij Graaff Reinet.

Van het Addopark rijden we noordwaarts naar Graaff Reinet. In 1785 werd de nederzetting genoemd naar de toenmalige gouverneur van de Kaapkolonie: Cornelis Jacob van de Graaff en zijn vrouw Reinet.

Bij Graaff Reinet ligt het Camdeboo Nationaal Park dichtbij. Raoul van der Westhuizen, de broer van Marie, heeft zich hiervoor ingespannen om de Vallei der Verlatenheid in dit park tot Nationaal Erfgoed te maken. Het is een vallei van rotsblokken, waarbij de bergen zo geërodeerd zijn dat er een soort pilaren over gebleven zijn en de rest naar beneden is gevallen. Vanaf het uitzichtpunt en kijk je op de rotswand en pilaren met daarnaast op de Spandaukop, een typische bergformatie. Op de achtergrond de eindeloze vlakte richting Beaufort en Willowmore.

Even verder kunnen we via een andere ingang nog een trip maken door en langs het droge stuwmeer. Het wild ligt in de bosjes vanwege de hitte en we zien alleen wat impala's, een antilope en wat apen.

We zijn nu voor de derde keer in Graaff Reinet en zien het achteruit gaan. De zoon des huizes vertelde dat vanwege nu al minimaal drie droge jaren de toeristen hier niet meer naar toekomen. Onze Obesa lodge krijgt ook steeds minder gasten. Aan de andere kant van de weg heeft de voormalige heer des huizes al in de zestiger jaren een cactus kwekerij opgezet. Die bestaat nog steeds en door het dorp zie je verschillende parkjes aangelegd met cactussen van zijn  kwekerij. Ze bloeien helaas nu niet.

Olifanten en Leeuwen in het Addopark

Maandagmorgen gaan we weer op pad. Oostwaarts gaat het richting Humansdorp en Jeffreys Bay aan de oceaan, waar we lunchen. De snelweg langs Port Elizabeth en dan noordelijk ervan door de trieste hele grote townships. We rijden door naar het Addo Olifant Park. In vroegere tijden kwamen hier veel olifanten voor. Toen de kolonisten zich hier vestigden werd er zoveel gejaagd op de gevarieerde wildstand dat veel diersoorten bijna volledig uitstierven. Vooral olifanten moesten het ontgelden, vooral omdat de boeren klaagden dat de olifanten en buffels hun velden verwoesten. Het ivoor werd naar Port Elizabeth getransporteerd en het was een zeer winstgevende handel. Pas in 1931 toen er nog maar 11 olifanten over waren, klonk er protest uit de bevolking. Het Addo Elephant National Park werd opgericht. De populatie groeide weer gestaag en nu zijn er weer over de 400 olifanten in het park. Het park is in het noorden uitgebreid en er komen weer veel verschillende diersoorten voor.

Wij hebben een rondavel geboekt in het Main Camp met uitzicht op een waterpoel. Aan de kust was het een aangename temperatuur van 24 graden, maar toen we in Addo uitstapten sloeg de warmte ons in het gezicht: het was 39 graden. Bij de poel stonden ook een aantal olifanten, een verrassing. Al gauw hebben we een game drive geboekt: de Sundowner, waarbij je in een hoge terreinwagen voor 20 personen met een gids 2 uur lang rond rijdt om wilde dieren te zien in de avonduren. Je zit lekker hoog en hebt dan goed uitzicht over de bosjes. Allereerst kwamen we olifanten tegen, die nu aan het eten waren. Takken worden afgebroken en in zijn geheel opgegeten. We zagen verder een caracal, een katachtig beest, bosbokken, rode hartebeesten, kudu's, wrattenzwijnen, mangoesten, zebra's, buffels en tot slot nog een leeuw op een afstand van 5 meter. Hij ging liggen en poseerde voor de camera's. De volgende morgen zijn we zelf met de auto nog een rondrit gaan maken. Waar normaal veel dieren op het water afkomen om te drinken, was daar nu niets te beleven op een enkele olifant na. Tot slot zagen we weer een leeuw van heel dichtbij, helemaal niet in ons geïnteresseerd. Daarna zijn we het park uitgereden en verder getrokken naar Graaff Reinet. 

Plettenberg activiteiten

Na twee maal gegolfd te hebben moet er ook een rustdag tussen zitten. Het vakantiehuis ligt zo'n halve kilometer van het strand. Deze week is er een festival voor jeugdige afstudeerders aan het strand. We horen er niks van maar zien heel veel jeugd in het dorp. Het dorp loopt op van de oceaankant naar een richel die toch wel 400 m hoog is. Je hebt dan ook een prachtig uitzicht over de lagune als je naar het oosten rijdt. Dat doen wij donderdag en onderweg kunnen we nogmaals afslaan naar Nature Valley, waar een zandbank een afscheiding vormt met de oceaan. Even verder stroomt een rivier naar zee toe, waar een hoge brug boven is aangelegd: de Bloukransbrug. We zijn daar wel eerder geweest, want het is de hoogste brug waar vanaf gebungeejumped wordt. Ook nu troffen we het dat er twee jongens gingen springen. Een fascinerend gezicht. Op vrijdag zijn we weer gaan golfen, ook op een mooie baan , iets buiten Plettenberg, Goose Valley genaamd. Ook een prachtige baan en aangezien we liepen met een trolly over toch een aardig geaccidenteerde baan kwamen we aardig vermoeid thuis. Zaterdag stond in het teken van gewoon lopen, dwz hier is een schiereiland wat in de oceaan steekt. Een wandelpad gaat er rondom en van bovenaf kun je dan robben en pinguins niet alleen zien maar ook ruiken. Met dat prachtige weer en een lekker windje zweten we weer de nodige druppels van ons af.